Tuesday, December 12, 2006

Twee gedichten van Paul van Ostaijen

Marc groet ‘s morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag

Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn



Het Dorp

Een vleermuis aan de nacht
hangt niet uw adem aan een vreemde adem
zo gij dit beseft het dorp
en de mensen nacht'lik huis aan huis
één licht - wellicht bij de pastoor -
en langs uw weg een late koe
In de wig van weg en stroom
is van de leegte zo het dorp
alsof 't een boot was die maar voor korte tijd
op anker ligt

Om het staketsel kletst
het donkere water
gemeten
en vreemder dan een moorden zonder gil

Gij weet dat er geen gelaat is
waar gij binnen kunt
als in uw huis

En gij stoot overal der dingen oppervlak
een spiegel van uw eenzaamheid
een teller van uw korte reis